Amsterdams Drugsbeleid
Het is algemeen bekend dat men in Amsterdam een coffeeshop binnen mag gaan, en hier legaal drugs mag kopen. Maar daar blijft het niet bij; u krijgt zelfs een overzicht aangeboden met de drugs die u graag wilt hebben, en misschien wordt u zelfs het ‘dagmenu’ aangeraden. Het kan allemaal hier, en voor vier joints betaalt u hetzelfde bedrag als voor twintig sigaretten. Niemand zal u in de boeien slaan, want dit is immers allemaal toegestaan. Dus wat zijn dit dan voor wetten? Zijn Nederlanders zich dan niet bewust van de gevaren van drugsmisbruik?
De Nederlandse Opiumwetten zijn, net zoals de wetten van andere landen, meegegaan met hun tijd. In vergelijking met de rest van de wereld, neemt Nederland echter andere standpunten in.
Nederlandse drugswetten
Het Nederlandse drugsbeleid is een unicum in de wereld. Het is gebaseerd op het principe dat ieder mens mag beslissen over zijn eigen gezondheid. Nederlanders vinden dit een fundamenteel recht. Nederland is bijvoorbeeld ook het enige land ter wereld waar vrijwillige euthanasie toegestaan is voor terminale zieken. Een ander principe waar deze regelgeving gebaseerd is, is dat het verhullen van sociaal ongewenste problemen ze niet doet verdwijnen. Integendeel, het maakt alles vaak erger, omdat de problemen ondergronds gaan en zo nog lastiger te controleren en beïnvloeden worden.
Door de wetten zo toe te passen, proberen de Nederlanders het drugsgebruik zoveel mogelijk te boven water te krijgen. Hierdoor wordt het gebruiken van drugs een persoonlijke aangelegenheid voor mensen, en niet iets wat bestreden moet worden door de politie. Het produceren, verhandelen en opslaan van drugs blijft nog altijd wel illegaal, net als in andere landen.
Veel rechtssystemen in andere landen straffen mensen niet voor het gebruik van drugs, maar voor het bezit er van. Mensen krijgen daar dus een celstraf opgelegd voor het bezitten van drugs, maar niet voor het gebruiken. In Nederland wordt dit onderscheid gezien als een pure formaliteit. De statistieken laten zien dat ongeveer de helft van de Amerikanen er openlijk voor uitkomen dat ze marihuana gerookt hebben (hoewel misschien niet altijd geïnhaleerd). De zogenaamde ‘strijd tegen drugs’, die gestart werd in de VS door President Richard Nixon in de jaren 70, resulteerde in het spenderen van gigantische overheidsgelden en het inzetten van dure handhavende organisaties. Hierbij werden honderdduizenden burgers gearresteerd, vaak voor slechts kleine overtredingen. Het heeft er ook voor gezorgd dat alle drugs een verboden vrucht werden, waarmee het gebruiken ervan juist aantrekkelijker werd. Hier tegenover staat echter wel weer dat er een theorie (gateway theorie) bestaat, waarin men veronderstelt dat het gebruik van cannabis mogelijk kan leiden tot het gebruik van gevaarlijkere drugs. Deze theorie moet echter nog aangetoond worden.
In Nederland wordt het gebruik van drugs dus gezien als een keuze van het individu zelf, en wordt dit gelijk gesteld aan bijvoorbeeld het gebruik van tabak en alcohol. Sommigen stellen zelfs dat er vrij weinig verschil is tussen obesitas, alcoholisme en het roken van tabak. Vaak wordt er ook verwezen naar de drooglegging in de VS van 1919-1933, en dat dit meer negatieve effecten, zoals meer criminaliteit, met zich meebracht, dan dat het positieve effecten opleverde.
Regels
In Nederland zijn drugs in twee groepen verdeeld. In welke groep een drug valt hangt af van de invloed die ze hebben op het lichaam. De twee groepen zijn soft drugs en hard drugs. Hard drugs, zoals cocaine, LSD, morphine en heroine zijn verboden in Nederland. In andere landen is dit vaak ook zo.
Soft drugs zoals alle vormen van cannabis (marihuana, hasbish, hash olie) en hallucinogene paddestoelen (zogenaamde magic mushrooms of paddo’s) zijn toegestaan, mits het voor ‘persoonlijk gebruik’ is. Hierdoor is het roken van cannabis in het openbaar toegestaan, net zoals het verkopen er van, hoewel dit strikt gezien nog steeds illegaal is onder de Opiumwet (wet uit 1919, cannabis werd als drug toegevoegd in 1950). Door het hele land wordt het verhandelen ervan mondjesmaat toegestaan, als dit maar beperkt en op gecontroleerde wijze gebeurt (bijvoorbeeld in een coffeeshop, in kleine hoeveelheden, 5 gram maximaal, met kleine voorraden bij verhandelaars, verkoop alleen aan personen boven de 18 jaar, geen minderjarigen in de coffeeshop, geen reclame voor de verkoop ervan, en de gemeente moet geen opdracht gegeven hebben om de coffeeshop te laten sluiten).
Onlangs is de situatie met betrekking tot hallucinaire paddestoelen (magic mushroom of paddo’s) gewijzigd. De verkoop ervan is verboden geworden per 1 november 2008. Ongeveer 200 verschillende paddenstoelsoorten werden verboden en vallen tegenwoordig onder de Nederlandse Opiumwet. Ze worden nu net zo gevaarlijk beschouwd als cocaïne en heroïne. Paddo’s werden voorheen echter niet echt als drugs gezien en werden verkocht bij zogenaamde smart shops. Sommige natuurlijke geneesmiddelen zoals Ginkgo Biloba, Guarana Cola, kruiden, en sommige voedseltoevoegingen en vitaminen waren ook populair. Het besluit om de verkoop ervan stop te zetten werd genomen na aanleiding van de ruim honderd gerapporteerde medische gevallen per jaar die gerelateerd waren aan de inname van paddo’s in Amsterdam. Het ging vaak om buitenlandse toeristen. Drie van deze gevallen waren helaas zeer ernstig, waaronder het tragische overlijden van een 17-jarig Frans meisje. Honderden mensen gingen de straat op om te demonstreren tegen de verbanning van paddo’s, nog voordat de wet daadwerkelijk aangenomen was. De gemeente Amsterdam was bang dat de verkoop ondergronds ging en kwam als compromis met een driedaagse wachttijd bij elke aankoop. Dit voorstel werd niet geaccepteerd. Magic mushrooms zijn tegenwoordig verboden in Nederland, samen met de hard drugs.
Zeer beperkte hoeveelheden toegestaan, en verbouwen op grote schaal verboden
In Nederland zijn er strenge wetten die het bijhebben van soft drugs beperken tot kleine hoeveelheden. Ook zijn er regels met betrekking tot verkoop en gebruik. Het rijden onder invloed van soft drugs staat gelijk aan het rijden onder invloed van alcohol. Het op grote schaal verbouwen, verwerken en verhandelen van marihuana is nog steeds verboden, zoals in ieder ander land. De straffen die hierop staan zijn echter wel aanzienlijk lager dan in het buitenland.
Sommige Nederlandse gemeenten zijn met extra eigen wetgeving gekomen met betrekking tot specifieke zaken bij handhaving, veroordeling en het gebruiken van soft drugs. Uit praktisch oogpunt worden kleine overtredingen zoals een kleine overschrijding van de toegestane hoeveelheid meestal niet veroordeeld. Het veroordelen en opsluiten wordt namelijk door de overheden vaak gezien als duur en heeft een aantal andere sociaal negatieve effecten waardoor de baten niet opwegen tegen de lasten.
De Nederlanders zijn er niet in geslaagd om het vraagstuk van gecontroleerde aanvoer van soft drugs op te lossen. Hoewel de grootschalige handel en verbouwing van marihuana verboden is, rest nog steeds de vraag hoe de coffeeshops in het hele land het beste voorzien kunnen worden van hun wettelijk toegestane hoeveelheden. Een door de overheid gecontroleerde wietplantage in kassen wordt vaak als suggestie naar voren gebracht, maar het staat buiten kijf dat een groot deel van de in coffeeshops gekochte cannabis afkomstig is van illegale (buitenlandse) bronnen.
Tweeledige aanpak
De Nederlanders zien hun tolerante beleid betreffende beperkt gebruik van softdrugs niet als een wondermiddel. Het doel is om drugsmisbruik te voorkomen met behulp van educatieve maatregelen en het goed contorleren van plaatsen waar vaak drugs worden gebruikt. Ook worden mogelijke gezondheidsrisico’s aangepakt door het gratis testen van ecstasy pillen, een initiatief waarbij gratis injectienaalden worden verschaft en gratis methadon (surrogaat van heroïne) bedoeld voor heroïne verslaafden. Vandaag de dag bestaan er in 60 Nederlandse steden honderden van dit soort programma’s opgezet zodat verslaafden toch geholpen worden. Tegelijkertijd probeert de Nederlandse overheid om de dodelijke illegale drugs te verbannen en hoopt zo meer grip te krijgen op het probleem van drugsmisbruik. Statistische gegevens bevestigen bijvoorbeeld dat er onder Nederlandse jongeren in de gemiddelde leeftijd van 28, slechts 16 procent ooit marihuana heeft gerookt. Soft drugs, die goed verkrijgbaar zijn, lijken veel van hun populariteit te verliezen.
